Veel gestelde vragen

Veel gestelde vragen

Veel gestelde vragen

Aan het begin van elk schooljaar is het goed om de ouders van alle klasgenootjes te informeren dat je kind diabetes heeft. Dit is goed omdat hoe meer begrip er bij de ouders is, hoe meer ze rekening kunnen en willen houden bij bijvoorbeeld traktaties, bij elkaar spelen en verjaardagsfeestjes (daarover meer in de andere vragen).

Dit informeren kan op verschillende manieren. Vaak is een combinatie het beste.

  1. Vraag aan de leerkracht/ouder of je tijdens de allereerste ouderavond van het jaar 5 tot 10 minuten de tijd om te vertellen dat er een leerling met diabetes in de klas zit en hoe de andere ouders daar rekening mee kunnen houden. Deel aan het eind de samenvatting op een a4tje uit om mee te nemen naar huis (zie punt 2)
  2. Maak als ouder of in overleg met de ouder een a4tje met de naam en foto van je kind, een paragraaf over wat diabetes is en hoe de andere ouders je kind kunnen helpen bij traktaties, spelen en verjaardagsfeestjes.
  3. Vraag aan de leerkracht of dit A4tje het hele jaar op het prikbord van de klas mag hangen.

Zorg dat de informatie niet te ingewikkeld of te 'eng' is, benadruk wat je kind allemaal kan en mag, en leg daarbij eerlijk uit wat je kind of jou kan helpen.

Hierbij een voorbeeld brief om uit te delen aan alle ouders van de klasgenootjes van je kind.

Er zijn verschillende manieren om te zorgen dat de leerling met diabetes zoveel mogelijk van een traktatie kan genieten. Ten eerste hangt het ervan af of de leerling zelf al koolhydraten kan tellen en daar de bijbehorende insuline bij kan toedienen. Hoe eerder de leerling dit kan eventueel met behulp van de leerkracht, een koolhydratenlijst met traktaties of een koolhydraten-app hoe makkelijker het is.

Tot die tijd kun je verschillende strategieen toe passen:

  1. Vraag aan de ouder of hij/zij je wil leren hoe je koolhydraten opzoekt in lijst/app.
  2. Vraag een koolhydratenlijst van de meestvoorkomende traktaties.
  3. Vraag aan de leerkracht om je een foto van de traktatie te appen zodat jij een schatting van de koolhydraten kan maken.
  4. Kijk of het mogelijk is om de traktatie voor alle kinderen uit te delen aan het einde van de schooldag, voor iedereen om mee naar huis te nemen. Dit doen sommige scholen uit zichzelf vanwege risico op allergieen en dergelijke.

 

Belangrijkste hierbij is; maak het voor de leerkracht zo makkelijk mogelijk! Dus vermeld op alles wat je aan tussendoortjes, eten en drinken wat je meegeeft hoeveel koolhydraten erin zitten.

Daarnaast zijn er natuurlijk altijd onverwachte eet- en drinkmomenten in de klas. Afhankelijk hoe precies jij bent en hoezeer de leerkracht mee wil denken zijn er de volgende mogelijkheden:

  1. Vraag aan de leerkracht of hij/zij wil leren hoe je koolhydraten opzoekt in lijst/app.
  2. Maak een koolhydratenlijst van de meest voorkomende traktaties en geef die aan de leerkracht
  3. Vraag aan de leerkracht om je een foto van de traktatie te appen zodat jij een schatting van de koolhydraten kan maken.
  4. Vraag aan de leerkracht of het mogelijk is om de traktatie voor alle kinderen uit te delen aan het einde van de schooldag, voor iedereen om mee naar huis te nemen. Dit doen sommige scholen uit zichzelf vanwege risico op allergieen en dergelijke.

Ook dit is natuurlijk afhankelijk van de leeftijd. Het lastigst is natuurlijk wanneer je kind zelf nog niet kan meten of insuline toe kan dienen.

Ouders hebben hier allerlei verschillende oplossingen voor bedacht waaronder:

  • alle speelkameraadjes gastvrij bij jou thuis laten spelen totdat je kind meer zelf kan,
  • pas na de lunch laten spelen, of meegaan en de lunch uitrekenen, insuline geven en weggaan,
  • Slimpie meegeven of het bij thee/water houden en als tussendoortje tomaat, komkommer, worst of kaas (allemaal zonder koolhydraten),
  • de ouders van de beste speelkameraadjes eerst bellen en vragen hoe ze er tegenover staan, uitleg geven en beetje en beetje wat leren afhankelijk van hoe open ze hiervoor staan.

Hoe je dit doet hangt af van de leeftijd van je kind en de klasgenootjes.

  • Groep 1 en 2: vraag aan de leerkracht of je een keer een verhaal mag vertellen over een kleuter die diabetes heeft. Er zijn allerlei leuke voorleer boekjes in omloop voor kleuters over diabetes (lees meer bij de vraag hoe vertel je het kleuters)
  • Groep 3, 4 en 5: doe het liefst samen met je kind een quizz of spel over diabetes: wat het is, wat het betekent voor je kind in de klas.
  • Groep 5, 6 en 7: help je kind om een spreekbeurt te houden over diabetes. Voor de bovenbouw van de basisschool en het voortgezetonderwijs is een powerpoint gemaakt die te vinden is op de leerlingen pagina's.

Er zijn een heel aantal leuke manieren om diabetes aan de allerkleinsten uit te leggen. Zoals bijvoorbeeld met een een kabouter-filmpje voor de allerkleinsten of deze filmpjes voor kinderen van 4 tot 7 jaar. 

Of met een voorleesboekje. Een aantal daarvan zijn te koop. Zoals:

Daarnaast zijn er een aantal boekjes die niet te koop zijn. Je kunt je diabeteszorgteam vragen of zij een exemplaar hebben. Zoals:

  • Wippie Wiebelbeen: geschreven door onze penningmeester Harry Roos
  • Lotje's Diejabeetus: geschreven door Marlies Slegers
  • Bibberbeentjes: geschreven door Elvira Schalken

Natuurlijk is dit afhankelijk van de leeftijd van je kind, wat hij of zij zelf kan doen en of er al iemand op het feestje aanwezig is die weet waar hij op moet letten en hoe te handelen.

Als je kind nog niet alles zelf kan of durft, bel dan de ouders van het klasgenootje op. Leg ze uit wat diabetes is, en welke hulp je kind nodig heeft. Is het een klasgenootje waar je kind regelmatiger over de vloer komt of zal komen en zijn de ouders bereid wat te leren, dan kan je overwegen om ze het een en ander te leren. Het persoonlijk diabeteszorgplan kan ook hier een handig hulpmiddel/ geheugensteuntje tijdens het feestje zijn samen met een inschatting van de koolhydraten tijdens het feestje.

Is je kind nog erg jong en/of vinden de ouders van het klasgenootje lastig/eng/te grote verantwoording tijdens een feestje dan kan je ze van te voren vragen, wat de activiteiten zijn, waar en wanneer zodat je een goede indruk krijgt van:

  • hoeveel bewegen er in het spel is
  • hoeveel, warvoor en wanneer koolhydraten er bij te pas komen
  • en of je als vliegende keep in en uit kan vliegen om te meten/insuline toe te dienen of dat je het beste mee kan gaan/ erbij blijven.

Algemeen advies 112 bellen

In de meeste gevallen wordt geadviseerd om op school te kiezen voor het bellen van 112 en daarna de ouders bij bewusteloosheid. Bijna alle scholen in Nederland zijn per ambulance snel te bereiken met bekwaam personeel en Glucagen aan boord.

Kies je er als ouder samen met school toch voor om een ook Glucagen op school te bewaren en/of toe te dienen door het personeel dan is het belangrijk dit goed voor te bereiden en up-to-date te houden. Zie toelichting hieronder.

 
Glucagen op school

Helder protocol met goede afspraken

Op een school is een helder protocol belangrijk. een voorbeeld kan zijn:

1. 112 bellen

2. pomp stoppen of lostrekken

3. glucagonspuit zetten (indien mogelijk)

4. ouders informeren

 

Afspraken over

1. waar wordt de glucagon bewaard

2. wie wordt bekwaam gemaakt, wie is de back-up

3. ouder zorgt dat Glucagon niet verloopt en vervangen wordt na gebruik

 

Instructie

Je kan ervoor kiezen de glucagon handeling uit te leggen en in te oefenen als onderdeel van de diabetesinstructie (er zijn witte ‘nep’/ oefen- glucagonspuiten, maar je kunt er ook een nemen die over de datum is) en er zijn mooie filmpjes van op youtube). Zeker omdat je voor basisschoolkinderen maar een halve glucagon moet zetten is het belangrijk je even te verdiepen.

Noodkaart

School heeft voor alle kinderen met een medische uitdaging een noodkaart gemaakt. Hierop staat een foto van het kind en een korte versie van het handelingsprotocol. Ook staan er telefoonnummers van ziekenhuis en ouders op, en staat erbij wie van het personeel op de hoogte is.

De kaart steekt voorin de groepsklapper en in het ontruimingspakket van de school.

 

Samenvatting

Kortom, stem goed af met school waar ze zich prettig bij voelen, en wat de minimale levensreddende maatregel is. Zet dit in een duidelijk protocol, zorg dat iedereen hiervan op de hoogte is en houd het actueel.

Hoewel het niet nodig is, kan school vragen om een aansprakelijkheidsverklaring te tekenen aan ouders. Bijgaand is een voorbeeld aansprakelijkheidsverklaring door ouders voor school die je kan invullen en aan school overhandigen als school dat gerust stelt.

Zeker rondom medische handelingen is er vaak veel onduidelijkheid bij leerkrachten en scholen. De mogelijkheden zijn de laatste jaren namelijk verruimd en daar is niet iedereen goed van op de hoogte. Daarom hebben we dat hier duidelijk op een rijtje gezet.

Het kan gebeuren dat je met school vastloopt rondom de diabeteszorg op school. Je hebt voor je gevoel alles geprobeerd maar je komt er samen niet uit. Gelukkig zijn er dan onze ambassadeurs die met je mee kunnen denken  en nog een heel aantal andere instanties die je dan kunnen helpen. Kijk hier voor meer informatie.

Er is geen vaste regel voor waar insuline toegediend kan worden op school, het kan allebei in de klas en erbuiten. De keuze kan van veel factoren afhangen, waarvan de belangrijkste is wat vindt de leerling zelf het prettigst? Dat kan altijd op een vaste plek zijn, of juist flexibel daar waar het nodig is. Soms is het ook een beetje uitproberen.

Daarnaast kun je denken aan:

  • Leeftijd van de leerling. Bij een leerling die de supervisie van de eigen leerkracht nodig heeft bijvoorbeeld, dan is het handiger in de klas.
  • Of er met pomp of pen gespoten wordt en waar in het lichaam, gekoppeld aan de behoefte aan privacy (zie punt hieronder).
  • Wel of geen behoefte aan privacy van de leerling. Vooral wanneer de leerling wat ouder is en er in been of bil gespoten wordt.
  • Wat de leerling nodig heeft om de handelingen zo prettig mogelijk uit te voeren. Heeft de leerling behoefte aan concentratie en rust, dan niet in de klas bijvoorbeeld. Of juist flexibiliteit en gewoon mee doen met rest, dan in de klas.

Het toedienen van insuline met een insulinepen of spuit en het vervangen van het infuussetje van de pomp vallen onder voorbehoudende handelingen. Dat betekent dat beroepsmatig alleen een arts of een bekwaam persoon deze handelingen mag verrichten. Het toedienen van insuline met een insulinepomp of het meten van de bloedglucosewaarden zijn geen voorbehoudende handelingen. Kijk bij juridisch kader meer informatie.

Ja, schoolpersoneel mag insuline toedienen. Het kan hiertoe echter nooit verplicht worden. Onder welke voorwaarden dit gedaan mag worden hangt ervan af of het schoolpersoneel dit in de privésituatie doet of beroepsmatig. Ook is het van belang of het gaat om voorbehouden handelingen zoals het spuiten van insuline, of niet voorbehouden handelingen zoals het bedienen van een insulinepomp. Kijk bij juridisch kader meer informatie.

Van aansprakelijkheid is alleen sprake indien het onderwijspersoneel:

· Zich niet aan de voorwaarden houdt waaronder medische handelingen mogen worden verricht en/of;

· Verwijtbaar handelt bij het verrichten van deze diabeteshandelingen.

Verwijtbaar handelen betekent: in ernstige mate tekortschieten of onzorgvuldig handelen, ook wel een onrechtmatige daad. Er zijn wel vereisten voordat je kunt spreken van een onrechtmatige daad. Een normale 'fout of vergissing' zoals bijvoorbeeld een keer iets vergeten of per ongeluk een kleine afwijking spuiten zou hier waarschijnlijk niet onder vallen. Het moet echt gaan om verwijtbaar gedrag, gebaseerd op artikel (6:162 Burgerlijk Wetboek).

De stichting adviseert dat in ieder geval de eerste keer de schoolkracht getraind wordt door een deskundige vanuit het betrokken diabetesteam of door de ouders zelf. Een bekwaamheidsverklaring is niet verplicht als het schoolpersoneel handelt als privépersoon. Indien schoolpersoneel wel beroepsmatig handelt is een bekwaamheidsverklaring wel verplicht voor voorbehouden handelingen. Bijvoorbeeld getraind personeel zoals de EHBO die het niet vanuit de thuissituatie doen maar vanuit hun rol.

Bij schoolpersoneel dat beroepsmatig handelt is het handelen toeschrijfbaar aan de school. De school moet nagaan of de verzekering dit dekt. Indien je aan de de hand van de factsheet de thuissituatie op school creëert kan de school niet aansprakelijk worden gesteld. Dan zou de individuele schoolkracht mogelijk een beroep kunnen doen op zijn/haar eigen aansprakelijkheidsverzekering als die aanwezig is.

Nee, alleen op basis van het hebben van diabetes mag een school een leerling niet weigeren. Een school mag wel doorverwijzen naar een andere school onder bepaalde voorwaarden (zie meer informatie in onderstaande vraag).

Ja, maar alleen als een school kan aantonen dat de school zelf geen passend aanbod kan bieden. In dat geval moet de school, in overleg met de ouders, zorgen voor een passende plek op een andere school binnen het samenwerkingsverband.

Er zijn verschillende opties als je er samen niet uit komt. Ten eerste staan de ambassadeurs van de stichting klaar om specifieke vragen te beantwoorden en advies te geven. Daarnaast kun je ook contact opnemen met het samenwerkingsverband van de school of met een onderwijs(zorg)consulent. Voor meer informatie klik hier.

De factsheet van het ministerie van onderwijs is op dit moment van toepassing op het primair onderwijs en de kinderopvang. Het geldt niet voor het speciaal onderwijs.

Heb je behoefte aan advies op maat rondom de diabeteszorg bij jou op school. Neem dan contact op met één van onze ambassadeurs. Daarnaast zijn er een heel aantal instanties die de school verder kunnen helpen mocht daar behoefte aan zijn. Kijk hier voor mer informatie.