Informatie voor scholen

Informatie voor scholen

Wat moet, kan en mag? Juridisch kader

Zorgplicht scholen

Met de invoering van de Wet passend onderwijs hebben scholen een zorgplicht. Dat betekent dat ze ervoor verantwoordelijk zijn om alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een passende plek te bieden. 

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap/chronische ziekte (WGBH/cz) legt ook een zorgplicht op scholen om te zorgen voor extra ondersteuning. Uitgangspunt is dat leerlingen niet ongelijk behandeld mogen worden vanwege hun beperking. Krijgen ze geen passende ondersteuning in het onderwijs, terwijl zij daar wel recht op hebben en de school dit behoort te bieden, dan maakt de school verboden onderscheid, oftewel discrimineert.

Iedere school is dus verplicht te onderzoeken welke ondersteuning voor een leerling met diabetes nodig is, en die -binnen de mogelijkheden van de school- ook te bieden. De zorg aan leerlingen met diabetes mag door school dus niet zomaar geweigerd worden. Nu gebeurt het nog regelmatig dat scholen bij voorbaat alle zorg voor leerlingen met diabetes uitsluiten met verwijzing naar hun medisch protocol. Ook dat mag dus niet zomaar (meer info vind je hier).

Medische handelingen

Diabeteszorg vereist soms een aantal medische handelingen. Op school zijn er vaak vragen over welke handelingen de school wel mag verrichten. En vervolgens hoe de aansprakelijkheid geregeld is. Wie wel en niet medische handelingen mag verrichten staat in de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszord (wet BIG). De wet BIG is niet van toepassing indien er sprake is van een noodsituatie. Iedere burger is dan verplicht te helpen naar beste weten en kunnen.

De wet BIG is bedoeld voor beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en geldt als zodanig niet voor onderwijspersoneel. Dat neemt niet weg dat in deze wet ook een aantal regels staan voor schoolbesturen en schoolpersoneel als het gaat om in de wet BIG genoemde medische handelingen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen handelingen waarvoor de wet BIG wel van toepassing is, en handelingen waarvoor de wet BIG niet van toepassing is.

1. Handelingen waarop de wet BIG niet van toepassing is

Bijvoorbeeld het geven van medicijnen, dat kan bijvoorbeeld het geven van een ‘paracetamolletje’ zijn of een dextro bij een hypo. 

Ook is de wet BIG is niet van toepassing op handelingen die in de privésituatie gebeuren. Zo valt het spuiten van insuline wel onder de wet BIG maar valt deze handeling niet onder de wet als dit in de privésituatie door een ouder gebeurt. Een zelfde soort privésituatie kan in sommige gevallen voor een leraar van toepassing zijn.

Ouders, opa's en oma's, vrienden en het kind zelf die diabeteszorg uitvoeren doen dit in de privésituatie. In 2015 is een factsheet opgesteld door het Ministerie van Onderwijs en Cultuur die neerlegt dat onderwijspersoneel insuline mag toedienen bij kinderen in schooltijd indien het niet-beroepsmatig handelt. In de factsheet Ministerie van Onderwijs en Cultuur en in het stappenplan van de PO-Raad vind je hier meer informatie over.

Hierbij gaat het zowel om het toedienen van insuline via de insulinepomp, als het toedienen van insuline met een pen. Het onderwijspersoneel handelt dan niet in de hoedanigheid van onderwijspersoneel, maar in de hoedanigheid van privépersoon in een privésituatie.

Hiermee valt het handelen buiten de Wet BIG en in principe ook buiten de aansprakelijkheid van de school. Om de handelingen te beschouwen als handelingen in de privésituatie moet aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan. Het onderwijspersoneel handelt:

  • op vrijwillige basis en onbetaald;
  • met instemming van ouders en schooldirectie (directie moet immers toestemming verlenen voor het uitvoeren van andere taken op school);
  • bekwaam en met genoeg kennis van zaken op instructie van de ouders; en
  • met goede afspraken over scholing, instructie door ouders en achtervang bij calamiteiten.

2. Handelingen waarop de wet BIG wel van toepassing is

Bij handelingen waarop de wet BIG wel van toepassing is, kan een onderscheid gemaakt worden tussen voorbehouden en niet voorbehouden handelingen. Wat dat betekent wordt hieronder uitgelegd. 

Voorbehouden handeling

Bepaalde medische handelingen - de zogenaamde voorbehouden handelingen - mogen alleen worden verricht door medici. Anderen kunnen deze medische handelingen alleen verrichten in opdracht van een bevoegde arts. De betreffende arts moet dan zorgen dat degene die niet bevoegd is, wel de bekwaamheid bezit om die handelingen te verrichten. Degene die de handeling gaat uitvoeren moet een gedegen instructie krijgen hoe hij de handeling moet uitvoeren. Het naar tevredenheid uitvoeren van deze handeling moet door deze BIG-geregistreerde professional schriftelijk worden vastgelegd (met handtekening) in een bekwaamheidsverklaring. Op deze manier wordt een zo optimaal mogelijke zekerheid aan kind, ouders, leraar en schoolleiding gewaarborgd. Voorbeelden van voorbehouden handelingen zijn het toedienen van insuline middels een injectie (insuline pen) en het plaatsen van een infuus voor een insulinepomp.

Niet voorbehouden handeling

Niet voorbehouden handelingen zijn handelingen die ook door andere dan medici mogen worden uitgevoerd. Hier is dus geen bekwaamheidsverklaring voor vereist die aan bovenstaande eisen voldoet. Wel is het natuurlijk belangrijk dat de persoon bekwaam is om de handelingen uit te voeren. Niet voorbehouden handelingen zijn het meten van de bloedglucose middels een prikje in de vinger met een druppel bloed, en het bedienen van een insulinepomp die reeds is aangesloten. Dit creëert veel mogelijkheden voor onderwijspersoneel voor de diabeteszorg. Immers, de meeste kinderen gebruiken een insulinepomp. De diabeteszorg voor deze leerlingen (vingerprikje en insuline toedienen) zijn dus geen voorbehouden handelingen en het is dus niet vereist dat deze door een arts of verpleegkundige worden uitgevoerd. 

Aansprakelijkheid

Ondanks dat het in Nederland op het gebied van diabetes niet eerder is voorgevallen zijn er bij scholen veel vragen over aansprakelijkheid.  Hierdoor weigeren scholen in sommige gevallen zelfs iedere vorm van ondersteuning voor het kind. Dit mag niet zomaar volgens het advies van het College voor de Rechten van de Mens. Ondersteuning mag alleen geweigerd worden als dit een onevenredige belasting vormt voor de school en dit onderbouwd is met onderzoek. Dit is dus echt een uitzondering en geen regel. In het geval van risico op aansprakelijkheid zal dit hoogstwaarschijnlijk geen onevenredige belasting vormen nu scholen dit gemakkelijk tegen een normale premie kunnen laten verzekeren. Deze conclusie werd getrokken door  Van Benthem & Keulen een onafhankelijk advocatenkantoor gespecialiseerd in medische aansprakelijkheid. Het rapport biedt een goed naslagwerk voor vragen van scholen en ouders hierover en is hier te raadplegen.

Er zijn, ondanks de duizenden kinderen met diabetes die de afgelopen decennia naar school gaan, geen situaties bekend waarin school of onderwijspersoneel aansprakelijk werd gesteld voor verkeerd handelen bij diabeteszorg.